* 190           

Jam lucis orto sidere

o God, hoe moest ik dankbaar wezen,
     indachtig U, ten allen tijd,
van zoo de zonne is opgerezen
     en s morgens in den hemel rijdt,
     tot dat ze, s avonds, nederschrijdt
en rusten gaat in t westerwezen,
door U heur daaglijksch werk gewezen!
     o God, die alles heerlijk zijt
     bedrijvende, U zij toegewijd
mijn al te ondankbaar hert, nadezen!

25/12/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster