* 191           

't Meezeken

Daar hipt en wipt, den tak omtrent,
een pimpermeesk', half zonneblend;
en k hoor zijn bekske, naaldefijn,
herhalend en hertalend zijn,
hoe t blijde en hoe t ja vromer is,
nadien t nu eenmaal zomer is.
Ja-wel, mijn kleentje, en meê met u,
zoo hipt mijn herte en wipt het nu,
vol hope, omdat t weêr zonneschijn
verblijden zal, en zomer zijn!

13/2/1894


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster