* 192           

Windbruid

Nijgen, buigen doen de boomen
     weg en weder; t waait en t buischt;
de uitgelaten winden stroomen
     deur de dikste hagen; t ruischt
hooge en leege: toppen, takken
     tieren overluide: en t wil
scheuren iets, of openklakken
     schielijk, in dat boschgeschil...
Avond wordt het, vlugs, en weder
     valt de wilde windbruid neder.

3/5/1895


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster