* 213           

Hoe wonderlijk bewegen al
die hooge hemelperken...!

1897?




* 214           

Immensitas

Voorbij die bergen, baanloos, spreidt
het veld van onze onwetendheid.

1894




* 215           

'T is folly to be wise

Onwetendheid, mij dierbaar ding,
als ‘t wee doet, iets te weten!

1859?




* 216           

Midmorgens, als de zonne zit
en bakelt, in de boomen...

1895?




* 217           

Geen groen als ander groen,
geen grauw zoo de asschen grauw is.

1895?




* 218           

Ilex aquifolium L.

Vol bezekens, onder de blaren, die, rood,
‘t zadgroene doen blaken en blinken

1859-1893?




* 219           

Het meivee, in den meersch besteed,
vol schoonheid en vol melk hem eet.

28/4/1897




* 220           

Wit van bol en wit van bast,
zilverwitte abeelen...

1897




* 221           

o Wisselwendig groene, en witte, en
geluwblaârde boomen, die...

1897




* 222           

Het water schuimt
en speit omhooge...

1859?




* 223           

De wereld is een wekkerspel,
vol allerhande klokken

1859?




* 224           

En zoekt ge u zelven geen verdriet,
o mensche, en zoekt u zelven niet.

1880-1881?




* 225           

Avondstond, mij willekomme:
daar en ruit geen vogel meer.

1897




* 226           

Keitai Patrôklos

't Krieken van den dag is dood,
‘t schijnen van de zonne is henen.

1896




* 227           

Purpurea nix

't Ligt alles weêrom witgesneeuwd,
beneên en op de daken...

1895-1896?




* 228           

Op Libanon, den reuzenberg
zijn' hoornen, woont de Winter.

1897




* 229           

Moeder Aarde, milde en menig...

1896




* 230           

Niepkens, op nen roozenboom...

1895-1896?




* 231           

"Goen avond!" klinkt mij zoete in de ooren...

1859?


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster