D O C E  N O S  O R A R E      

Bidden en gebeden lezen,
     dat is twee, na mijnen zin;
t een heeft God genietend wezen,
     t ander niet als arbeid in.

Mochte t altijd bidden wezen,
     als ik mijn gebeden doe:
nooit en ware ik moegelezen,
     nooit en wierde ik biddensmoe.

Wilt mij hulpgebiedig wezen,
     leert mij bidden, gij, o God:
immers, bidden wel, maar lezen
     n gebiedt mij uw gebod.

Gij hebt zelf mij, uitgelezen
     leeraar, in den hof geknield,
willen lesse en voorbeeld wezen,
     eer ge in s vijands vuisten vielt.

Laat mij wel uw lessen lezen,
     wel uw voorbeeld gadeslaan,
Heere, en neerstig doende wezen
     t geen gij mij hebt voorgedaan!

2/21896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster