E G O   V I G I L A B O  

De zonne is weg, en t daglicht heengevaren;
het duistert al, de dood heeft de overhand
gewonnen over ons, die eer zoo luide waren
aan t leven, heden, vrij en onvermand.
De zonne is weg, die liên en land
verblijdt, en t vlugge volk van s hemels harpenaren.

Ze zwijgen al nu, tonge- en taalberoofden;
ze treuren: t zonnelicht is uitgedaan;
en, daar ze henen zijn, en bergen hunne hoofden,
en hoore ik stemme meer, noch asem gaan:
de dikke duisternissen staan
daar, vast en verre nu, die zang en zonne doofden.

Doch, binnen mij, zoo leeft er licht en sprake;
doch binnen mij, zoo hoort en spreekt er Een,
dien duisternissen, dag, noch dood, noch ander zake
belet en doen: omving mij staal en steen,
die binnenkomt bij mij, alleen
en zegt, of ook hij vonde in slape mij: "Ik wake."

15/9/1894


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster