H E T  G E T O U W E  

     En mocht ik maar
twee zielen hebben,
     n mocht ik maar
     twee menschen zijn,
     k zou weven mij
twe&ecic;rhande webben:
     een' webbe groef,
     een' webbe fijn.

     Een webbe zou k,
van zonne en zijde,
     mij weven, en
     van goudgespin;
     met boomen en
met blaren, blijde,
     met meer als een
     schoon blomken in.

     Mijne ander' webbe,
en tweede leven,
     n liet ik maar,
     onaangemoeid,
     geschoren zijn,
getouwd, geweven,
     zoo t in en deur
     t getouwe vloeit!

     Doch neen: ik zal,
van ziele en lijve,
     de wever van
     n webbe zijn,
     zoo lange k in
dit leven blijve,
     van zuur en zoet,
     van groef en fijn.

     Den inslag en
den drom van t leven
     van goed heeft God,
     en kwaad gespin,
     van zijde en wolle
en werk gegeven,
     met hier en daar
     een blomken in.

     En, zittende op
mijn krank getouwe,
     zoo weve en werke,
     ik, dag en nacht,
     aanziende, vol
goe hope en rouwe,
     den Heere, die
     mijn werk verwacht.

24/12/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster