H E T   H E L D E N S P E U R   

Ten terwaarde uit, ten boonaarde in,
zoo voer en volgde ons rampgezin
den rook, en t razend krijgsgebaar,
van t voorwaardsvechtend voetvolk naar:
            geen stonden,
dat, wegen langs en velden door,
omtrent het ijslijk heldenspoor,
verminkt, gekwetst, onthoofd, ontdaan,
geen lijken wij, met bloed belaan,
            en vonden!
Wij groeven ze, in der haaste, en wij
verborgen ze onder de aarde, bij
elkaar, die, onbekend elkaar,
gestorven en begraven, daar
            verwachten
dat t oorlogsveld, heromgewoeld,
van nieuwen herontwaken voelt
het volk, dat hier de degen dreef
te bedde, en dat, gebed, hier bleef
            vernachten.
Ontwaken zal t, en, een voor een,
vergaderd worden, been te beene,
en schonk te schonke, en lid en lid,
hoe diepe t nu in de aarde zit
            verborgen:
ontwaken, levend, wakker, snel,
zoo gij het zaagt, Ezechiël!
Wanneer? Hij weet het, Hij, die t al
beschikt, of schier het wezen zal,
            of morgen.

1870-1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster