H E R T E L O O Z E N   

Zegt, waar zou k belenden mogen,
ginge ik altijd neêrgebogen,
     zoekende, om geen leed te lijen,
     t ongezelschap aller liên?

Op! mijn hoofd, en, recht getreden!
Wie ooit pijne en poge deden,
     om mij onder voet te slaan,
     laat mij, laat mij rechte gaan!

t Zullen, eens entwaar, nadezen,
roozen zonder doornen wezen
     mij te plukken: goed geduld:
     Gij, o God, mij helpen zult!

Dan, vergeten, herteloozen,
al uw' doornen, zonder roozen,
     zal ik; en, naar God gegaan,
     eeuwig blijven rechte staan.

1886-1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster