H I E R  B E N  I K          

     o Groote God,
     in t sterrenheer
herkenbaar uit der maten,
     n wilt, die maar
     een mugge en ben,
een zandeken, mij laten!

     Het middent al
     terug naar U,
t gewordene uit Uw' handen;
     en toomend houdt
     Gij alles in
t onmijdbare Uwer banden.

     Uw eigendom
     is al hetgeen
Gij, dagelijks of zelden,
     als leenheere, in
     mijn' handen zet;
t is t Uwe, en k wille t gelden.

     U manschap doen,
     naar ridders recht
en eere, is mijn betamen,
     en nooit en zal k
     mij Uws, o God,
diens schild ik drage, schamen.

     Hier ben ik, Uw
     ontbiên getrouw:
slaan anderen, verwaten,
     den aweg in,
     k en wille, o goede,
o groote God, U laten!

25/12/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster