J A M  H Y E M S  T R A N S I I T

Ach, weêrom groent, alhier aldaar,
te gronden uit, het nieuwe jaar,
zoo lang verwacht en uitgesteld,
door s winters onverwacht geweld.

Hoe hard- lag, en hoe diep versteend,
de moederschoot, die t aas verleent,
daar man en muis op leven zal:
t was maanden ons ontgeven - al!

De wee hergroent, t hergroent al, in t
verschiet: waar hier waar daar begint
de naakte grond bekleed te staan
met hope weêr van gras en graan.

Den tragen os zie k werken, op
de velden, zijn' gekroonden kop
al schudden, na den tragen trant
des arbeids, op het akkerland.

Het schuim beleekt zijn' kromme knie'n,
terwijl hij, zonder ommezien,
verduldig heen- en wederzwoegt,
en s koeiboers loopken lands herploegt.

Het karit en het kurt, nooit moe,
vol vogelvee, heel t hof, daartoe;
en telkens hoore ik, hier of daar,
den tegenroep van Canteclaar.

t Herleeft entwat, onzeglijk bij
der menschen mond, hoe schrander hij
ook wezen moge, en... t leven is,
het leven - Gods geheimenis!

23/3/1895


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster