K O E - K O E     

"Koe-koe," de Leye omtrent
     is alles, allenthenen,
belegwerkt en bezomerblomd:
     en t aarderijk verdwenen.

"Koe-koe," de groene wee,
     zoo verre ik kan bespichten,
liep overal de zonne, met
     heur zelvergeld, bezichten.

"Koe-koe," de koekoetblom,
     vermenigd in de meie,
zie k varen heen en weêr, alom,
     en zwaaien lijk een Leye.

"Koe-koe," de Leye langs,
     en kan ik onderscheiden
of t baren zijn of blommen, die
     mijn' zwervende ooge leiden.

"Koe-koe," de koekoet roept
     herhaaldemaal, daartusschen,
nen boom entwaar bezittende, in
     de verre verre busschen.

5/5/1895


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster