M A R I A          

o Edel herte, o vrije Vrouwe,
     die Adam ongeschonden liet,
hoe vuilt, terwijl ik u aanschouwe,
     mij t schoonste dat de zonne ziet!

o Diamant, uit s Heeren handen
     gevallen, dauwdrop, nieuwe en schoon,
daar s hemels ooge ik zie in branden;
     onaangeraakte wereldkroon!

o Middenmaagd, die, van zoo velen,
de schoonste zijt, die om u spelen,
     verleent mijne arme ellendigheid
     dat u, door mij, te onvoorbereid,
               zij lof gezeid!

1896?


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster