M O R T I S  I M A G O       

k Worde elken dag geboren en
     ik sterve op elken dag;
de zonne gaat, en t leven, mij,
     in vier-en-twintig stonden,
van t oosten naar het westen, en
     een wonderlijk verdrag
houdt alles, dat er in mij is
     en buiten mij, gebonden.

Het leven van den mensch is als
     het leven van de zon,
die op- en af- en ommegaat,
     en wandelt, alle dagen,
den weg, die haar gewezen is;
     en uit de zelfste bron,
zoo putten wij, getween, de kracht
     om t leventjen te dragen.

Het leven van den mensch gelijkt
     de blomme, die haar zaad
doorborsten en doorbroken heeft;
     een tijdtjen in de stralen
der schoone, lieve zonne bloeit,
     en zwanger wordt, en gaat
het leven van heur' kinderkens,
     gestorven zij, betalen.

k Worde elken dag geboren en
     ik sterve op elken dag,
maar Iemand heeft gesproken, dien k
     verstaan kon, in mijne ooren:
"Zijt zonne Mij, zijt blomme Mij,
     en steunt op ons verdrag,
ofschoon gij eenmaal sterven zult,
     geen dood en zal u stooren."

Daar steune ik, hergestorven, her-
     geboren, af en aan,
mijn' hope en mijn betrouwen op:
     gij, zonne, zult verzinken,
en duister als de blommen zijn,
     die stierven: eeuwig staan
zal blijven hij, die bouwen wilt
     op God, en eeuwig blinken.

13/1/1894


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster