M U G G E N             

Wat hoore ik in de lucht,
terwijl de zonnestralen
mij baden, af en aan,
een aardig liedtje malen,
      dat volgt alwaar ik ga,
      nu helder en, zoo zaan,
      gedempt, alsof het ware,
      en in nen doek gedaan?
t Is verre nu, t is bij:
k en wete t waar besteden,
maar, immer hoore ik iet
dat zingt mij achtertreden.

k En zie geen masten, geen
geschoren kopersnaren,
die, over land en liên,
de wereld ommevaren
      en zingen, als de wind,
      terwijl hij loopen gaat
      en spelen, in t geheim
      van hunne harpen slaat:
t is eenzaam overal,
noch mensch en is noch stake
nabij, maar hooren doe k
een losse liedersprake.

t En staan geen linden toch?
En, stonden er ook linden,
geen blad en ware nu,
geen blomme eraan te vinden,
      o lustig biegezwerm,
      die later zingen zult,
      in t geurig lindenloof,
      terwijl ge uw zakken vult.
Het zingt nochtans entwie
entwat, entwaar? Wat dingen,
of welke zangers zijn t,
die hier Hosannah zingen?

Is ievers volk te been?
Is wapendienst..., is heden
de jonge legerkracht
te gâre in t veld getreden,
      en hoore ik hoe, van ver,
      zij komen, aangevoerd
      door lustig hoorenspel,
      daarin de trommel roert?
k En wete t; maar, de zonne,
aan t overheerlijk blaken,
kan ook het dapper volk
des oorlogs helder maken.

Maar neen, t en nadert nu
geen krijgsvolk; op de schenen
en rijdt geen stalen wiel,
geen stoomgevaarte; henen
      en van den werke weg
      schijnt alles: wie dan is t,
      dien k zingen hoore? Om niet,
      is t al om niet gegist?
Geen nieuws en hoorde ik ooit,
dat, onbekend voordezen,
zoo wonderlijk mij scheen,
en t weten weerd, te wezen.

t Komt nader nog: k zie omme,
en... die de trompe steken,
dat t louter muggen zijn,
is me, eindelijk, gebleken;
      die, volgende in mijn speur,
      tien duizenden te gaar,
      nu botsen op mijn hoofd,
     nu bijzen deur mijn haar.
o Blijde muggen, laat
mij mede, in uwe klanken,
om t helder zonneweêr,
en t schoone, God bedanken!

5/4/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster