D E   N A C H T E G A L E      

Och moeder, is dat nu de
           nachtegaal,
daarvan gij, moeder, mij zoo
           menigmaal
verteldet dat hij voor de
           zonne zingt,
en, na de zonne zoetjes
           avondklinkt?
Dat bruin hij is van verwe, en
           eiers legt,
in leeggebouwde nesten?
           Moeder, zegt,
wanneer hij, vroeg en spade, uit
           minnen gaat,
is t waar, dat hem een vooze
           reuk verraadt?
dat menig malgemutste
           speleman
daar schielijk kreeg een... kwade
           kele van?
Maar dat hij reuke, lucht noch
           lied en geeft,
zoo zaan hij eens zijn huis vol
           kinders heeft?

9/2/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster