O U D H E I D         

          t Is wonder hoe men t oude maar
     en acht als oud, dat menschenhanden
          bewrochten, en dat, duizend jaar
     misschien daarna, komt aan te stranden,
          op de oevers van de zee, entwaar,
          der tijdlijkheid! o Menschenhand,
onleefbaar is uw werk, en geenen tijd bestand!

          Veel ouder als al t oudste, dat
     t museum, vol onschatbaarheden
     van menschenwerk en kunst, bevat,
     is hier of daar, mijn hand beneden,
          het minste voorjaarsblommenblad,
          - veel ouder! - langs den Leyekant,
als de oudste onvindbaarheid van heel Egyptenland.

          En dan nog blijft, na zoo veel tijd,
     dien t leefde, en zag voorbij hem varen,
     eene eeuwe of tiene of twintig zij t,
     mijn bladtje zijnen glim bewaren.
          Maar gij, o werk van menschen, zijt
          ontedeld door den taaien tand,
door t teren van den tijd, die u heeft aangerand.

11/1/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster