O U D H E I D K U N D E       

o Eerbiedweerdigheid
der oudheidkunde, in dezen,
in allen deelen van
ons land, hoe kander wezen
     zoo eerbiedweerdig iet,
     van al dat haait en draait,
     als t geen het hondtje bast
     en t geen het haantje kraait!

Van Adams tijden af
tot Noë's tijd, en later,
beweert men, onbeschaamd,
en tegensprake en staat er
     geschreven, of gedrukt
     in boeken, waar of hoe,
     dat t hondtje zegt: "Ba-waw!"
     en t haantje: "Koeklikoe!"

Geen oudheidkunde en zal
mijne ooren of mijne oogen,
t zij uitgedolven, t zij
nog weggeborgen, toogen
     eene oudere oudheid als,
     van al dat haait en draait,
     hetgeen het hondtje bast
     en t geen het haantje kraait.

13/4/1895


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster