D E  R E U Z E       

Uitgekleed, in t zonnebranden,
     al uw' leden naakt en bloot,
heerscher in de nederlanden,
     koning van de bosschen groot,
eekeboom, zoo sterk voorheden,
wie dan heeft u neêrgestreden?

Winden vielen, vast en vele,
     stormende u, en stootende, aan;
grepen u bij hals en kele,
     wilden u in t zand gedaan:
staan zoo liet het al te booze
windgevaarte u, schrikkelooze!

Donderende drakentoten,
     hemelmachten, onbekend,
vonken viers en vorken schoten,
     dapper, u de top omtrent:
niets en heeft ontroerd, of onder t
bliksemvier u neêrgedonderd.

Wie dan heeft u omgestreden,
     groene reus, met al uw' macht;
naakt en bloot uw' schoone leden,
     effenvloers, in t zand gebracht?
Wie kon al uw' krachten dwingen,
haarloze, en in schande u bringen?

Staan en blijft voor menschenhanden
     niets, t en zij dat eeuwig leeft;
koning van de nederlanden,
     sterk , is Hij, die nooit en beeft:
t menschdom heeft u, baas bedegen,
groene reuze, omneergekregen.

1/10/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster