S P A M A N      

Voorover, naar den grond gegroeid,
     die haast hem hebben zal,
traag-traagskens met zijn' spade spoeit
     en delft, in t diepe dal,
de moegemoeide, ontmergde man,
die schaars zijn hoofd nog heffen kan.

Hij werkt nochtans, en delft en doet
     zijn beste, tot der dood,
die wacht naar hem en elders spoedt,
     tot dat in heuren schoot
hij vallen zal, en willekom
bij God zijn, recht en sterk weerom.

o Sterkheid, die, veel sterker als
     de dood, op God betrouwt;
die stadig ook dien slavenhals
     zijne eigen woonsteê bouwt,
daar, vrij en blij hij wezen zal
bij U, o hope en troost van al!

21-22/4/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster