S T I L L E           

Verleent me Gij uw' hulpe, o Heer,
     in t werken door dit leven,
op U gesteund, ne wicht te meer,
     hoe t storme, en zal ik beven.

Ze n kunnen, die mij tegenstaan,
     maar schelden toch, en schermen;
k zie schimpend, ik, hun' ruwheid aan,
     gerust in uw ontfermen.

"Dat God bewaart is wel bewaard,"
     zoo leerdet Gij mij spreken,
o Heere; en, of Ge in slape waart,
     mijn schipke n zal niet breken.

Zegt: "Stille!" en, zoo t, weleer, dit woord,
     hiet wind en weder zwijgen,
zoo zal t mij, hebbe ik U aan boord,
     doen s Hemels haven krijgen.

2/8/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster