D E  A V O N D T R O M P E 

Heur' trompe steekt de koe: ze is moe
     van neerstig om te knagen;
van lange, in t jeugdig grasgewas,
     den zwaren eur te dragen;
den zwaren eur, die, molkenvol,
     albij den grond genaakt;
die zwaait, die heur den tred belet,
     en t lichaam lastig maakt.

Ze steekt de trompe en tuit, om uit
     den meersch te mogen komen,
ter melksteê, om, ontlaan, voortaan
     heur zog te zijn ontnomen;
heur zuivel, dat zoo zoet, zoo goed,
     zoo zuiver is; en dat,
voor alle lieden, ate en bate,
     en drinkbaarheid bevat.

De trompe steekt de koe, daartoe
     verwekt, alzoo de menschen,
die, tegen avond, lam en stram
     gewrocht, de ruste wenschen.
De mensch is moe, de koe is moe,
     en iedereen betracht,
na s zomers zware werk, onsterk,
     de zegenvolle nacht.

2/10/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster