V U I S T R E C H T           

Ellendig al me' leven,
      zonder oost
           of troost:
van iedereen verlaten
     en verraân,
           voortaan,
waar wil ik me gaan loopen,
      om de liên
           te ontvliên,
die, zegezingend, zoeken
      mij dien hals
           onvalsch
te kerven, die de leugen
      hun, te leed,
           verweet?

Ik vare en heb noch vreeze
      voor de dood,
           hoe snood;
maar k vreeze, zonder moed en
      zonder hert,
           de smert
te vluchten, en te vallen,
      daar de waan
           blijft staan;
te vallen en te sterven,
      daar hij, loos
           en boos,
zal roepen: "Dat de vuist kan,
      en t gevecht,
           is recht!"

De waarheid zal bedijgen:
      zij is, als
           gevals,
de "waarheid", schoon al t beste
      dat er leeft
           begeeft:
viel alles om haar henen,
      hof en huis
           in gruis,
nog staande zou ze blijven;
      en, blijft een
           alleen,
haar houw en trouw zijn, ik zal,
      God, en gij
           met mij!

4/1/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster