W I N T E R M U G G E N

De wintermuggen zijn
     aan 't dansen, ommentomme,
zoo wit als muldersmeel,
     zoo wit als molkenblomme.

Ze varen hooge, in 't vloe;
     ze dalen diepe, in de ebbe;
ze weven, heen en weê,
     hun' witte winterwebbe.

Hun' winterwebbe zal,
     dat lijnwaad zonder vlekken,
den zuiverlijken schoot
     van moeder Aarde dekken.

Ze ligt in heuren slaap,
     ze droomt den schuldeloozen,
den maagdelijken droom
     van nieuwe lenteroozen.

Ze ligt in heuren slaap,
     ze droomt den wonderbaren,
den liefelijken droom
     van 's zomers harpenaren.

Ze ligt in heuren droom,
     ze droomt van overvloed en
van voorspoed overal,
     om vee en volk en voeden.

'n Wekt ze niet, 'n laat
     heur geen geruchte dwingen,
om, al te schier ontwekt,
     uit heuren slaap te springen!

Daar ligt ze nu en rust:
     heur zwijgend beddelaken,
de wintermuggen spree'n 't,
     die geen geruchte en maken.

Ze draaien op en af
     en af en op en omme,
zoo wit als melk, als meel,
     als molke en runselblomme.

12-13/10/1896


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster