Z O M M E R    

Als de appels bloeien,
- de schoone maand! -
en 't gers, aan 't groeien,
de wegen baant,
de zoele winden
zie 'k geren gaan
en blommen vinden,
die openstaan.

Als, uit aan 't stroomen,
half bloed, half melk,
zijn de appelboomen,
zoo een, zoo elk;
als weeke zijde
de takken blomt,
dan ben ik blijde:
de zommer komt!

Als alle lieden,
die gaan en staan,
''goendag!'' mij bieden
en spreken aan,
dan snoere en binde ik
mijn' kommernis:
dan ondervinde ik
dat 't zommer is!

7/1/1897


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster