't  I S  S T I L L E

‘t Is stille. Rustig ligt
en slaapt het altemaal,
dat leute en leven was,
dat locht- en vogeltaal.
Geen windeken en waakt:
november houdt den staf,
en stelpt dat wekken mocht
het eindloos duister graf
des aardrijks. Ongebaand
en dood zijn weg en straat;
de voet alleen verwekt,
en ‘t stappen van die gaat,
een doof gerucht in ‘t loof,
dat, afgevallen, plekt
den grond, dien ‘t in een' spree
van doodsche varwen dekt.
‘t Is stille. Gij alleen,
o vlugge en vlijtig ding,
dat, langs den natten tak
geklaverd, uw gepink
laat hooren, fijn en snel,
ge ontsnapt en snetst alom:
"Ik leef nog: piep! Ik leef,
spijts ‘s winters winterdom!"


Guido Gezelle
(14/11/1890)


Toelichting

houdt den staf = regeert
plekt = vormt vlekken
spree = sprei
varwen = kleuren
geklaverd = geklauterd
ge ontsnapt en snetst alom = ge wipt weg en snattert overal


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster