Heer Schimmelpenninck weet van sparen:
jaren at hij boter, vleesch noch visch!
Dat erger is,
Heer Schimmelpenninck is in ‘t geven
even milde of waar ‘t een varwe koe,
en nog niet toe.
Nochtans heeft hij veel geld gewonnen,
tonnen gouds: hij voerde koopvaardij,
en kocht daarbij
het goed te Schimmelpenninckhoven,
boven d'honderd-vijftig bunder groot...
en, gaat hij dood,
wat zal heer Schimmelpenninck hebben?
Rebben, rompe en al in ‘t graf geleid,
plus de eeuwigheid!
Guido Gezelle
(1881-1882?)
De typische naam van de Noordnederlandse raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) of van diens zoon Gerrit (1794-1863), inspireerde Gezelle tot dit gedicht.