IN SPECULO

Hoe kan dat zijn,
o Schepper van hierboven,
dat ik U maar
en zie als in een glans;
als in een glas,
te zelden onbestoven
van doom en stof:
en nooit geheel en gans?

Zo Gij bestaat,
en God zijt, moet het wezen,
dat ik U zie
;
dat, zonder doek, entwaar,
ik schouwen kan,
en, schouwende, in 't nadezen,
van bij U zie
en eeuwig op U staar!

Hoe kan dat zijn:
om niet en is gegeven,
uit Uwe hand,
het leefvermogen, dat
mij zuchten doet,
en zoeken, naar een leven,
dat alle goed,
in 't zien van U, bevat!

Daar komt toch eens,
ten oosten uit, een dagen,
een dageraad,
een eeuwigheid, die niet
meer weg en kan
noch weder, noch vertragen
het zielgezucht,
dat zoekt en niet en ziet.

Mijne ooge zal
eens vol U zien, en varen
zo 't druppelke
in zee, dat is versmoord:
zij zal U zien,
verafgrond in de baren
der ziende zee,
die bedde en heeft noch boord!


Guido Gezelle
16/4/1897


Toelichting

glans: afglans, afstraling
Zo Gij bestaat... indien Gij bestaat... moet ik U kunnen zien... of liever: het moet mogelijk zijn dat ik U zie zoals Gij in wezen zijt, dus zoals Gij God zijt (en niet "als in een spiegel")
zonder doek: bloot, zoals Gij zijt
schouwen: aanschouwen
nadezen: hiernamaals
van bij: van nabij
om niet en is gegeven: niet voor niets is gegeven
leefvermogen: de gave om te leven
die niet...ziet: die niet meer heen en weer kan, noch verzwakken kan het zielsverlangen dat zoekt en niet ziet zo: zoals versmoord: verdronken, ondergegaan
verafgrond: opgenomen in de afgrond
der ziende zee: der zee die (alles) ziet of der ziedende zee
bedde...noch boord: bedding noch kust
Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster