W E E R O M  L I C H T  E N  V I E R

Weêrom licht en vier gesteken,
          blank en blij:
dat het, spijts de donkere weken,
          helder zij!

Komt de zon late uitgerezen,
          slaapt zij lang,
laat ons op en wakker wezen:
          aan den gang!

Dapper dult en danst, in de oude
          schouwe, t vier;
en... gij boze winterkoude,
          vaart van hier!

Spoeit! Den moor te viere, veerdig
          maar gestookt:
t vroegmaal zij den wakkeren weerdig,
          als hij kookt.

Edel vocht! De zinnen sterken
          zal t wellicht;
en in t brein twee wonderen werken:
          vier en licht!


Guido Gezelle
(1890?)


Toelichting

vier gesteken = vuur aangemaakt
dat het helder zij = opdat...
aan den gang = vooruit, aan t werk
dult = laait
veerdig = dapper
de moor = de waterketel
als hij kookt = zodra hij...
edel vocht = de koffie


Ingezonden door Constant Broos voor het Project Laurens Jz. Coster