‘t Ligt alles weêrom witgesneeuwd,
zoo wit als waar' ‘t een laken:
hoe gaan Gods lieve vogelen nu
aan ‘t daaglijksch brood geraken?
Ze vinken en ze kwinken mooi,
ze schijnen wel te vreden,
maar... Heere, spaart uw vedervolk
van ‘s winters eendlijkheden!
Guido Gezelle (1866-1890?)
Toelichting
vinken en kwinken = zingen zoals de vinken eendlijkheden = narigheden van de winter