TWEE lampen schijnen,
de spiegel schemerblauwt, er schrijnen
lichten in meubels rondom,
alle dingen zijn stom.

Ik hoor adem uit een vrouw
komen, ik wou
ik wou -- ik zit zwaar en stil,
't is niets wat ik wil.

Hoor de klok rikketikken,
hij telt de oogenblikken.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.