DE lucht was fijn. Avond.
Zon weg. Een schijnavond --
een veld groen koren, goudzilver
onder golflichtgeschilver.Een grijze geit en een geitje,
en 'n grijsblond borstbloot meisje
dwars op haar knietjes --
zoo met hun drietjes.Een sprong van 't kleine geitje,
een woord van 't kleine meisje
't oog groot en het vel blond --
alles onbewogen, bezond.Herman Gorter, Verzen 1890.