IN de verte zag ik blanke wateren,
voor me was zacht klateren
van eene stem die ik wel ken,
en daaromheen was 't àl stilte en
die hoorde ik nog meer dan 't klein gebeek
van woorden in haar zacht gespreek.
Alles was stil behalve het stemklateren,
daarachter blonken blanke wateren.
Ik hoorde kleine woorden gaan
in glazen stilte diaphaan.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.