GIJ zijt een stille witte blinkesneeuw,
gij zijt een blinke zee' tintelzee.

GIJ zijt een schemerwitte leliemeid,
gij zijt een wijde vlinderveluwheid.

GIJ zijt het opene, het witte, 't willende,
het wachtend, straalvlammend, lichtlillende.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.