LEVEN, zoele omsomberde even inschitterde,
in de luchten, de regene, de zachtstrijkgevederde,
o leven het gevende altijddoor stillende,
o leven dat toch schijnt het altijddoor willende,
het inzwevend kameren, het volop verlichtende
de wegen, waarlangs gaat het eenzaam uitzwichtende,
klaar, nimmer droomende oogenbewegen,
armstrekkend leven, hoofdomvattend, kussend zoo dichtbij aanziend tegen
de wakkere oogen, o schijnend, soms flikkerend, soms even roode,
maar durend omsomberde, ook zonder noode.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.