ZE zat daar rechtop en keek,
de oogen op ééne streek.
Stil licht school daarin,
een lach- of een schreibegin.

Haar handen en haar gezicht
ware' in de kamer licht,
haar oogen lichtten naar voren --
de stilte deed ruischen hooren.

Ik wachtte of 't spreken begon,
langzaam aan ze begon
woorden stil na elkander
als kindergewandel.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.