'S MORGENS op het witte laken
doet er een gelaat ontwaken --
dat ligt daar als een waterlelie
op een golf water, op de peluw.

's Middags loopt ze in het bosch te schijnen,
haar oogen tusschen bladen als twee kleine
vuurjuweelen, kijkend in een laan --
bladen ruischen weer dicht, ze is gegaan.

's Avonds lacht ze in een stille
kamer, zonder 't zelf te willen
wordt ze weer droomerig en lacht
minder en minder-- zegt goênacht.

 

 
Herman Gorter, Verzen 1890.
Dit gedicht, geschreven in de tijd van de Verzen 1890, is door Gorter pas in 1897 ingevoegd in de "Sensitieve verzen" getitelde afdeling van zijn verzamelbundel De school der poëzie die voor het overige correspondeert met de Verzen 1890. Het gaat daar vooraf aan "Laat ik nu denken hoe dat alles was"