AL die grijze dagen
met hun stijve lachen
te leven en 't niet te meenen,
maar anders of anders geene.

En toch licht tevrede te zijn,
alleen wat oogenpijn
van 't fel geel lichten --
o 's avonds de oogen te dichten!

De dagen zijn lichtreuzen
daar wandel ik laag tusschen.


 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.