TOEN de tijden bladstil waren, lang geleen, 
is ze geboren, in herfststilte een bloem, 
die staat bleeklicht in 't vale lichtgeween, --
regenen doen de wolken om haar om.
 

Ze stond bleeklicht midden in somberheid,
de lichte oogen, 't blond haar daarom gespreid, 
de witte handen, tranen op meen'gen tijd, 
een licht arm meisje dat lichthonger lijdt.

Breng over haar bloemgloede kleuren, uw 
bloedrood, o nieuw getijde dat is nu.

 
 Terug

vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.