HET strand was stil en bleek, ik zat doodstil en keek naar de blauwe rimpeling -- er was ook windgezing. Ik wist wie naast me zat witrokkig en ze had roosrood het glad gezicht -- er was ook veel zonlicht. Herman Gorter, Verzen 1890.
HET strand was stil en bleek, ik zat doodstil en keek naar de blauwe rimpeling -- er was ook windgezing.
Ik wist wie naast me zat witrokkig en ze had roosrood het glad gezicht -- er was ook veel zonlicht.