HET is weebleekerig grijs,
het regent wat,
de wind zingt een arme wijs,
de daken zijn nat.

Menschen gaan langzaam aan,
noemen het werken,
ernstig dagelijks gaan
zonder te merken.

O, om een lichte bleeke meid
die nu opbloeie,
wat weeïge lelieheid
mij, warme, moeie.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.