'TIS alles weenen, de storm, het huis,
de grijze hemel om alles henen --
voor me een vrouw, hoor hoor gesuis --
ademen stil door al dat weenen.
O mijn hart klopt zoo verschrikkelijk.

O mijn hart klopt zoo verschrikkelijk --
zacht is haar huid, adem als bloemen zacht,
het lichte haar -- verlangende oogenklacht.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.