STIL zit ze, kijkt voor zich
langs hare wangen rood,
haar vingers bewegen zich
op hare beenen bloot.

Haar lichte haar is stil,
de oogen zijn niet te zien,
haar borsten staan stil,
niets te geschien.

Onder haar kin is rood --
warme schaduw,
en in de lichte schoot
donkerder schaduw.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.