't IS zwart en donker,
kamerdonker als rook,
rood kolengeflonker,
daar boven holt de klok.

Langs de wanden bleekt flauw
een plaat en nog een --
het witte is lichtlauw,
't lijkt alles lang geleên.

Hoor, het leven vliedt,
de klok holt, tik, tik --
zing het jammerlied
van het oogenblik.

 
Terug

Vooruit
 
Herman Gorter, Verzen 1890.