Herman Gorter

Terwijl de aarde om het zonlicht gaat

Terwijl de aarde om het zonlicht gaat,
terwijl de bossen stralende energie
van de zon drinken, terwijl ieder wie
leeft, de lucht gebruikt, alles brandend staat.

Terwijl de aarde tellekens beslaat
met damp, haar zee geeft wolke' aan haar gelaat,
terwijl de aarde aldoor voorwaarts vliegt,
en als een slinger om de zonne wiegt -

stijgt midden in die schoonheid ene schoonheid,
midden in dode schoonheid schoner leven:
de mensen ordnen zich tot een nieuw worden.

In natuur's schoonheid groeit op mensenorde,
in schoner mensheid 't schoon ééns mensen leven:
Een schoonheid in een schoonheid in een schoonheid.


Bron: De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten / Samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga. - Amsterdam: Sijthoff, 1985
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster