Alexander Gutteling

Toen aan het donker kruis

Toen aan het donker kruis het doodsbleek hoofd
Des Heilands neerzonk op doorstriemde borst,
En menig krijger vloekte en spelen dorst
Om 't purper kleed, aan zijn naakt lijf ontroofd;

Toen heeft een bliksemstraal den nacht doorkloofd
De tempelvoorhang scheurde, en krakend borst
Vaneen, bij luid geschrei, de wereldkorst -
En elk die 't zag heeft aan Gods Zoon geloofd;

Maar als ik sterven zal, en zomerzon
Vroolijk de bloeiende aarde in goudglans hult,
Goudgele bijen vliegen gonzend hard -

Dan weent geen wolk zwart voor die vlammenbron,
Dan wijkt geen bloesemgeur die 't land vervult -
Dan breekt alleen een minnend menschenhart.


Bron: Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde - vierde deel / Frans Bastiaanse. - [S.l.] : Nederlandse Bibliotheek, 1927
Bundel: Asfodillen
Ingezonden door Piet Bron
HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster