Henriëtte Roland Holst

(1869-1952)

"Ook ik ben omstreeks ’t midden mijner dagen
verdwaald geraakt in levens donker woud,
maar mij heeft geen aardsche wijsheid ontvouwd
den weg uit smart en twijfel, noch gedragen

omhoog, en geen hemelsche oogen zagen
neer op mij, vanwaar hoog’re klaarte blauwt
m’in teed’re zorg omwakend, en met stage
stralen heffend naar waar men waarheid schouwt.

Mij leidt geen gids, als het eigen gemoed,
mij schoort geen steun, dan d’enk’le trouwe handen
die mij opbeuren als de kracht bezwijkt:

mij sterkt geen afgezant uit beet’re landen
dan soms het ruischen, als een vleugel doet,
van zachte hoop die langs mijn wangen strijkt."


Bezorgd door Thomas Vaessens.