Dr. J.P. Heije

Sint­Nicolaas

Zie, de maan schijnt door de bomen,
Makkers! Staakt uw wild geraas;
't Heerlijk avendje is gekomen,
't Avendje van Sint­Niclaas!
Van verwachting klopt ons hart,
Wie de koek krijgt, wie de gard!

o! Wat pret zal 't zijn te spelen
Met die bonte arlekijn!
Eerlijk zullen we alles delen,
Suikergoed en marsepein;
Maar, o wee! Wat bittre smart,
Kregen wij voor koek, een gard!

Doch ik vrees niet, dat wij klagen,
Vader, Moeder zijn te goed!
Waren we ook niet alle dagen,
Véle waren wij toch zoet!
Ban dus vrij de vrees van 't hart,
'k wed, er ligt geen enkle gard!

1843


Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996.
Ingezonden door IJme Woensdrecht
Project Laurens Jz. Coster