Dr. J.P. Heije

Een triomfantelijk lied van de Zilvervloot

I

Heb-je van de Zilveren Vloot wel gehoord,
De zilveren Vloot van Spanje?
Die had er veel Spaanse matten aan boord
En appeltjes van Oranje!

Refrein

Piet Hein, Piet Hein,
Zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de Zilvervloot!

II

Zie toen niet Piet Hein, met een aalwarig woord:
'Wel Jongetjes van Oranje,
Kom klim reis aan dit en dàt Spaanse boord,
En rol me die mat van Spanje!'

Refrein

Piet Hein, Piet Hein,
Zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de Zilvervloot!

III

Klommen niet de Jongens als katten in 't want
En vochten ze niet haast als leeuwen?
Ze maakten de Spanjerds duchtig te schand,
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen:

Refrein

Piet Hein, Piet Hein,
Zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot:
Die heeft gewonnen de Zilvervloot!

IV

Kwam er nu nog eenmaal zo'n Zilveren Vloot,
Zeg, zou jelui nòg zo kloppen?
Of zoudt gij u veilig, en buiten schoot,
Maar stil in je hangmat stoppen?

Refrein

'Wel! Neerlands bloed
Heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot,
We zouen nòg winnen een Zilvervloot!'

1847


Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996.
Ingezonden door IJme Woensdrecht
Project Laurens Jz. Coster