Een notabel.

Willem van Hildegaersberch.

Ic heb vernomen nuwe maer,
Al seg ic nuwe, tis openbaer,
Si heeft lange tijt geweest:
Die werelt dunct mi alsoe geteest,
5 Men weet langer hoe gereiden.
Die blynde moet den siende leiden,
Ende die siende sijn worden blynt.
Merct ofmer dan voele vynt,
Die den rechten wege volgen;
10 Want symony is soe verbolgen,
Die leiden den sienden uten pade.
Nu gliden si beide van den grade,
Die dat lichte niet en scouwen.
Dus mach hem, die dese werelt bouwen,
15 Dicwil rouwen datse leven;
Want [als]ic die waerheit [hebbe] beseven,
Die leiden souden tgemein gediet
Sy sien wenich ofte niet;
Ende daer die siende niet en sien,
20 Hoe mach den blynden heil gescien?

Status tekst: klasse B (kritisch)
Handschrift/druk: KB Den Haag 128 E 6 (hs. H), waar nodig aangevuld met KB Brussel 15.659-61 (hs. B).
Folia: zie de editie Bisschop & Verwijs.
Editie: Willem van Hildegaersberch: Gedichten. Editie W.Bisschop en E.Verwijs. 's-Gravenhage 1870.
Oorspronkelijk bestand gemaakt door: T. Meder
HTML voor L. Jz. Coster: Marc van Oostendorp
Copyright: T. Meder